Citaat | Gerechtshof Amsterdam 21 juni 2016

Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 21 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 21 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2384.

Het hof ziet aanleiding om eerst grief 1 in het (voorwaardelijk) incidenteel appel te behandelen. De incidentele grief 1 strekt ten betoge, zo begrijpt het hof, dat [appellanten] niet-ontvankelijk is in zijn vordering, omdat Amlex schuldeiser is ter zake de verbintenis tot betaling die voortvloeit uit de tussen Amlex en [geïntimeerde] gesloten mondelinge overeenkomst en ook niet is gebleken dat de vordering is gecedeerd aan [appellanten] nadat hij is uitgetreden als vennoot. [appellanten] betwist dit. [appellanten] voert aan dat hij in 2013 Amlex heeft ‘verkocht’, dat dit mondeling is gedaan, dat de handelsnaam, goodwill en voorraden zijn overgedragen aan derden en dat de vordering van [appellanten] op [geïntimeerde] een persoonlijke vordering is die niet toekomt aan de nieuwe vennoten van Amlex. [appellanten] refereert aan de in het geding gebrachte verklaring van de nieuwe vennoot [A] . Partijen zijn blijkens die verklaring overeengekomen dat bij de overname van Amlex de rechten (vorderingen) en plichten (schulden) bij [appellanten] blijven, aldus [appellanten]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caadb107b6c0e1f8a1f08affea3ff851de756cc37e17931babd7fe42f737e6dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caadb107b6c0e1f8a1f08affea3ff851de756cc37e17931babd7fe42f737e6dd, en de alinea staat in dat document op bytes 12366 tot 13465.