Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016
Onder 2.1. Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2441.
1. [de BV] is houdster- en financieringsmaatschappij. [de BV] investeert met name in deelnemingen in de hotelbranche in Europa. Enig aandeelhouder van [de BV] is [A Ltd] . te Israël. In 1999 (hoteltak) en 2000 (winkelcentrum) heeft [de BV] het grootste deel van haar deelnemingen verkocht. Nadien heeft [de BV] enkele kleinere deelnemingen gehouden die vastgoed verhuurden aan ieder één huurder. In de loop van 1999 heeft [de BV] geld uitgeleend aan de moedermaatschappij tegen een rente van LIBOR + 1,25% (7,25%). Ultimo 1999 bedraagt de vordering op de moeder fl. 8.006.000 en ultimo 2000 bedraagt deze vordering fl. 112.903.000. Volgens het uittreksel uit het Handelsregister is [de BV] op 24 december 2002 verhuisd naar [Q] , Israël.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545, en de alinea staat in dat document op bytes 10074 tot 10828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545 | shasum -a 256