Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016

Onder 4.5.2. Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2441.

In hoger beroep heeft belanghebbende gepersisteerd bij zijn in eerste aanlag aangevoerde stellingen en heeft hij vooropgesteld dat voor een geslaagd beroep op de disculpatiemogelijkheid van artikel 41, tweede lid, IW uitsluitend wordt vereist dat het niet voldoen van de belasting niet te wijten is aan de aansprakelijkgestelde. Het gaat hierbij volgens belanghebbende om de uiteindelijke (niet-)betaling van de belastingschuld en niet om het ontstaan van de (materiële) belastingschuld. Het gaat derhalve niet om verwijtbaar handelen, maar om de causaliteit tussen de niet-betaling van de verschuldigde belasting en het handelen of nalaten van de bestuurder. Van een dergelijke causaliteit is volgens belanghebbende in zijn geval geen sprake; in de jaren 1999 tot en met 2002 hebben geen handelingen plaatsgevonden waardoor de verhaalbaarheid van de vordering van de BV op de moedermaatschappij (waaruit de verschuldigde belasting had kunnen worden voldaan) is verminderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545, en de alinea staat in dat document op bytes 124362 tot 125385.