Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016

Onder 4.5.23. Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2441.

Met het standpunt dat hij in de periode tot 24 december 2002 geen reden had te veronderstellen dat de BV de door haar verschuldigde belasting niet zou kunnen voldoen uit de (opbrengst of aflossing) uit de geldlening aan de moedermaatschappij en dat hij hierbij volledig is afgegaan op de adviezen van de accountants en de belastingadviseurs, slaagt belanghebbende er daartegenover niet in aannemelijk te maken dat het (uiteindelijk) niet‑voldoen door de BV van de verschuldigde belasting niet aan hem is te wijten. Belanghebbende heeft niet gespecificeerd op welke adviezen hij hierbij precies doelt, en of het hierbij om adviezen ging betreffende de vraag of de BV na de zetelverplaatsing de door haar verschuldigde belasting zou kunnen voldoen. Dit nog afgezien de vanaf medio 2006 gewijzigde omstandigheden, zoals hiervoor overwogen, en daargelaten dat belanghebbende op dit punt tegenstrijdige standpunten heeft ingenomen; hij heeft immers tevens gesteld (zoals weergegeven onder 4.5.3) dat hij niet op de hoogte was van de reeds opgelegde aanslagen en dat de fiscaliteit door [D adviseurs] rechtstreeks met de moedermaatschappij werd afgehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d416c6dae1caf5f2c83c497316eb7e441817d317e178a175be9b845b49408545, en de alinea staat in dat document op bytes 153247 tot 154414.