Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 juni 2016

Onder 4 Gerechtshof Amsterdam 23 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2442.

2.5.6. Uit de (…) oordelen van het Hof blijkt niet dat het Hof de hiervoor in 2.5.5, tweede alinea, omschreven toetsing heeft uitgevoerd. Indien het Hof van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan zijn deze oordelen niet voldoende gemotiveerd in het licht van de in hoger beroep niet bestreden vaststelling van de Rechtbank dat belanghebbende en de Inspecteur van mening verschilden over zowel de vaststelling als de waardering van de feiten. Opmerking verdient dat de omstandigheid dat na de vaststelling van de uitnodigingen tot betaling de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden niet voortvarend aan belanghebbende zijn bekendgemaakt en dat bij het uitvoeren van de hiervoor bedoelde toetsing in aanmerking moet worden genomen het antwoord op de vraag of belanghebbende mede in het licht hiervan zijn verdedigingsrechten effectief ten uitvoer had kunnen leggen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d56fcb910886eec82647063bd7b1e66b69330d9def2de8de5e8df27aef8f56c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d56fcb910886eec82647063bd7b1e66b69330d9def2de8de5e8df27aef8f56c7, en de alinea staat in dat document op bytes 21868 tot 22765.