Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2016

Onder 3.4. Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2502.

Met betrekking tot de subsidiaire grondslag van de vorderingen in reconventie, met inbegrip van de gevraagde voorlopige voorzieningen, oordeelt de rechtbank dat de vorderingen onder 3a, 3b, 6 en 8 en de voorlopige voorzieningen zijn gegrond op een verbintenis uit onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 5 sub 3 EEX-Vo. De schadelijke gevolgen van de (gestelde) onrechtmatige daad (het Erfolgsort ) manifesteren zich bovendien in Amsterdam, de vestigingsplaats van de vennootschap. Voorts stelt de rechtbank vast dat Inversiones de toepasselijkheid van voormelde bepaling op de vorderingen onder 4, 5 en 7 erkent. Daarom concludeert de rechtbank dat zij rechtsmacht heeft om kennis te nemen van de vorderingen in reconventie, zowel wat betreft de hoofdzaak als wat betreft de verzochte voorlopige voorziening. De rechtbank wijst de vorderingen in het bevoegdheidsincident af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74e92c091162e4148c071d0794c18543474c015d29d3bf2b6f1a84b9140de4de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74e92c091162e4148c071d0794c18543474c015d29d3bf2b6f1a84b9140de4de, en de alinea staat in dat document op bytes 27489 tot 28413.