Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2016

Onder 4.4. Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2522.

Hoewel in de door de rechtbank weergegeven rechtsoverweging van het arrest (rov. 3.3.4) een algemene uitleg is gegeven van het begrip ‘wonen’, is het Hof van oordeel dat het begrip woning(en) voor de toepassing van artikel 14 WBR op zichzelf dient te worden beoordeeld. Het in genoemd arrest gehanteerde subjectieve criterium, namelijk dat voor de bewoners sprake moet zijn van een verblijf van duurzame aard, is niet terug te vinden in de parlementaire geschiedenis van artikel 14 WBR. Blijkens de door de rechtbank weergegeven memorie van toelichting gaat het voor de overdrachtsbelasting om onroerende zaken die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning. Hierin kan weliswaar de eis worden gelezen dat de onroerende zaak duurzaam is bestemd voor bewoning, maar dat brengt niet met zich dat de op het moment van de juridische overdracht aanwezige bewoners duurzaam in de onroerende zaak dienen te verblijven om te kunnen spreken van een woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea85cd8f99253aa210a71bfdbfc2ee2f73830c9c18c0a7ce28226f0bfd3414f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea85cd8f99253aa210a71bfdbfc2ee2f73830c9c18c0a7ce28226f0bfd3414f7, en de alinea staat in dat document op bytes 31147 tot 32109.