Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2016

Onder 4.11. Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2522.

Bij de beoordeling of de onroerende zaak bestemd is voor gebruik als een verzorgings-instelling neemt het Hof voorts in aanmerking dat belanghebbende en [stichting Y] - zo is onweersproken vast komen te staan - niet beschikken over een door het College van Zorgverzekeringen afgegeven toelating als verpleeginrichting. Uit de door belanghebbende overgelegde concepthuurovereenkomst tussen [stichting Y] en de bewoners volgt voorts dat de dienst van [stichting Y] jegens de bewoners voornamelijk bestaat uit verhuur van woonruimte. De bewoners hebben ingevolge die overeenkomst dan ook de beschikking over de door hen gehuurde woonruimte en het gehuurde is blijkens de overeenkomst uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als woonruimte. Voorts is blijkens deze huurovereenkomst (na vooraf overleg) het houden van huisdieren toegestaan in de gehuurde woonruimte, kan de huurder logees uitnodigen en kan de bewoner zijn woonunit inrichten met zijn eigen spullen en naar zijn eigen behoeften en wensen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea85cd8f99253aa210a71bfdbfc2ee2f73830c9c18c0a7ce28226f0bfd3414f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea85cd8f99253aa210a71bfdbfc2ee2f73830c9c18c0a7ce28226f0bfd3414f7, en de alinea staat in dat document op bytes 37956 tot 38973.