Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Onder 5.19. Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2623.
Uit de onder 2.3.3 aangehaalde brief volgt dat de inspecteur zich reeds op 22 november 2011 tot belanghebbende heeft gewend inzake de indeling van scheepscasco’s. Uit de onder 2.3.4 aangehaalde brief van 14 februari 2012 blijkt dat belanghebbende (uiterlijk) op dat moment op de hoogte was van de besprekingen over de indelingsproblematiek tussen de inspecteur en [Q] B.V. Uit de dagtekening van de onder 2.3.2 aangehaalde attesten van Bureau Veritas (5 maart 2012) volgt bovendien dat belanghebbende zich reeds vóór de dag van de controle (6 maart 2012) bewust was van de indelingsproblematiek en dat zij reeds vóór de dag van de controle aan Bureau Veritas heeft verzocht om verklaringen omtrent de zeewaardigheid van de ingevoerde casco’s te verstrekken. Onder deze omstandigheden is naar ’s Hofs oordeel een reactietermijn van zeven dagen voldoende om op doeltreffende wijze verweer te kunnen voeren tegen de voorgenomen UTB. Ten aanzien van UTB 2 is reeds daarom geen sprake van een schending van het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f7fa63470cde195750756fa3279c79ff45243e02a5882164ab2059a4e0e16c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f7fa63470cde195750756fa3279c79ff45243e02a5882164ab2059a4e0e16c5, en de alinea staat in dat document op bytes 70917 tot 72007.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f7fa63470cde195750756fa3279c79ff45243e02a5882164ab2059a4e0e16c5 | shasum -a 256