Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Onder 3.1 Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2623.
Voor het doen van de aangiften genoemd in bijlage 1 van dit rapport heeft [X] zich ‘direct’ laten vertegenwoordigen door [Q] C.V. De mogelijkheid van directe vertegenwoordiging is gebaseerd op artikel 5 van de Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het Communautair Douanewetboek (hierna CDW). In de situatie van directe vertegenwoordiging wordt de vertegenwoordigde aangemerkt als aangever. In genoemde aangiften wordt [X] dus op grond van artikel 4 onder nummer 18 van het CDW aangemerkt als aangever.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f7fa63470cde195750756fa3279c79ff45243e02a5882164ab2059a4e0e16c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f7fa63470cde195750756fa3279c79ff45243e02a5882164ab2059a4e0e16c5, en de alinea staat in dat document op bytes 13074 tot 13638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f7fa63470cde195750756fa3279c79ff45243e02a5882164ab2059a4e0e16c5 | shasum -a 256