Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016
Onder 3.4.2 Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2686.
De grief faalt. In de tussen partijen gesloten overeenkomst is uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid van een vervanging (artikel 7). Meer in het bijzonder is in artikel 7 lid 1 bepaald dat “indien de vervoerder om wat voor reden dan ook de vervoersopdrachten niet kan verrichten, de vervoerder verplicht (is) om zelf voor vervanging te zorgen. Vervoerder is derhalve niet verplicht om de werkzaamheden zelf uit te voeren. Voor de op deze wijze geregelde vervanger van de vervoerder gelden dezelfde voorwaarden als van die van toepassing zijn op vervoerder” Van een verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten kan dan ook niet worden gesproken, waaraan niet afdoet dat PostNL de mogelijkheid heeft om op grond van ‘objectieve en zwaarwichtige omstandigheden’ als bedoeld in artikel 7 lid 2 van de overeenkomst een vervanger te weigeren. Feitelijk heeft [appellant] ook op min of meer structurele wijze de inzet van anderen op de diverse routes als ondernemingsmodel gehanteerd. Reeds op grond van het vorenstaande is duidelijk dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en evenmin van een arbeidsverhouding in de zin van het BBA.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dd0f70610416477450b062ae003028723bd598f61c2af81768da2cb39160d43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dd0f70610416477450b062ae003028723bd598f61c2af81768da2cb39160d43, en de alinea staat in dat document op bytes 15960 tot 17163.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2dd0f70610416477450b062ae003028723bd598f61c2af81768da2cb39160d43 | shasum -a 256