Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016

Onder 3.5.1 Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2686.

De tweede en derde grief zien op het oordeel van de kantonrechter dat de opzegging van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. [appellant] heeft daartoe aangevoerd dat er vanaf 2010 voortdurende wijzigingen hebben plaatsgevonden in het stoptarief, waarbij dat steeds naar beneden werd bijgesteld. Meer ‘stops’ als gesteld door PostNL leveren echter niet meer omzet op. Immers door toename van het aantal stops nemen de kosten voor de vervoerder ook toe in de zin dat de personeelskosten (meer uren) en autokosten toenemen. Het voorstel van PostNL om de maandagroute aan te pakken door een hogere vergoeding per stop te betalen, wordt in onvoldoende mate gecompenseerd door het hogere tarief. Het voorstel van PostNL daartoe is in hoge mate bepaald door de verwachting gebaseerd op door PostNL gehanteerde computermodellen dat de omzet almaar blijft groeien, maar die verwachting is niet gebaseerd op voor [appellant] kenbare documenten of gegevens. [appellant] wordt aldus met de rug tegen de muur gezet, te meer nu hij geheel afhankelijk is van PostNL, aangezien hij geen andere opdrachtgevers heeft. Andere opdrachtgevers zijn niet dadelijk beschikbaar, laat staan dat deze hetzelfde verdienmodel hanteren als PostNL. Daarnaast heeft [appellant] aangevoerd dat bij de vraag of de opzegging redelijk is de kantonrechter ten onrechte als uitgangspunt heeft genomen dat de opzegging rechtsgeldig is dan wel redelijk is omdat het nieuwe voorstel van PostNL op voorhand niet als onredelijk voorkomt. Echter het wel of niet redelijk zijn van het nieuwe voorstel staat los van de vraag of de opzegging van de bestaande overeenkomst niet onredelijk is dan wel niet in strijd met de beginselen van redelijkheid en billijkheid ingeval er bij een zzp-er die volstrekt afhankelijk is van PostNL (zoals [appellant] ) slechts een opzegtermijn van één maand wordt gehanteerd. Daarbij heeft [appellant] nog gewezen op een arrest van het hof Den Bosch van 21 februari 2006, NJF 2006, 309. Inmiddels is onder druk van de publiciteit de door PostNL voorheen gehanteerde opzegtermijn gewijzigd in drie maanden, aldus nog steeds [appellant]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dd0f70610416477450b062ae003028723bd598f61c2af81768da2cb39160d43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dd0f70610416477450b062ae003028723bd598f61c2af81768da2cb39160d43, en de alinea staat in dat document op bytes 17768 tot 19957.