Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016
Onder 4.2. Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2781.
Ook het Hof neemt deze wet- en regelgeving tot uitgangspunt. Anders dan de rechtbank is het Hof evenwel – met de inspecteur – van oordeel dat de administratie van belanghebbende (ook) dient te voldoen aan de in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) aan administratieplichtigen gestelde eisen. Belanghebbende is immers een “lichaam” en daarmee administratieplichtig in de zin van die bepaling. Niet valt in te zien dat het bepaalde in de Uitvoeringsregeling en de Uitvoeringsregeling AWR geheel in de plaats treedt van het bepaalde in artikel 52 AWR; veeleer is naar ’s Hofs oordeel in die regelingen sprake van een nadere uitwerking van wat in algemene zin uit artikel 52 AWR voortvloeit. Met name zijn dan van belang het bij artikel 2:10, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) aansluitende voorschrift dat administratieplichtigen een zodanige administratie voeren “dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens duidelijk blijken” (artikel 52, eerste lid, AWR) en het voorschrift dat de administratie zodanig is ingericht en zodanig dient te worden bewaard “dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is” (zesde lid).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80e38405390b97829f5905241f5767f9c402da042702061bec962e0f9e7b395e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80e38405390b97829f5905241f5767f9c402da042702061bec962e0f9e7b395e, en de alinea staat in dat document op bytes 102667 tot 103960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80e38405390b97829f5905241f5767f9c402da042702061bec962e0f9e7b395e | shasum -a 256