Citaat | Gerechtshof Amsterdam 12 juli 2016
Onder 3.6 Gerechtshof Amsterdam 12 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 12 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2814.
Aan het voorgaande doet niet af dat de bewoners van het [adres 6] (tot voor kort) feitelijk het overkapte gedeelte van de [straatnaam A] en in het verlengde daarvan dus ook het perceeltje konden betreden, doordat zij het recht hebben het niet overkapte voorste gedeelte van de [straatnaam A] te gebruiken als nooduitgang naar de [straatnaam B] . Niet alleen blijkt uit niets dat de bewoners van het [adres 6] ooit feitelijk (op enige schaal) het overkapte gedeelte en het perceeltje hebben betreden - dat deel van de steeg liep immers dood - maar bovendien zou het betreden van het perceeltje door bewoners van het [adres 6] naar zijn uiterlijke verschijningsvorm op dezelfde rechtsgrond lijken te berusten als het betreden van het overkapte gedeelte van de steeg, namelijk eenvoudig gedogen door de eigenaar van perceel [perceel 1] . Dit (theoretische) gebruik van de bewoners van het [adres 6] laat het exclusieve karakter van het bezit van de eigenaar [perceel 1] van het perceeltje dan ook onverlet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d38e40f32a2af941252f5dedefc8d290f3eb41dea1a04e2ba367de755eccedc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d38e40f32a2af941252f5dedefc8d290f3eb41dea1a04e2ba367de755eccedc4, en de alinea staat in dat document op bytes 17143 tot 18159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d38e40f32a2af941252f5dedefc8d290f3eb41dea1a04e2ba367de755eccedc4 | shasum -a 256