Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 juli 2016

Alinea 37 Gerechtshof Amsterdam 1 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2821.

Gelet op het voorgaande is, anders dan door de raadsvrouw bepleit, komen vast te staan dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de hennepkwekerij. Er is evenwel onvoldoende bewijs dat de verdachte bij de hennepteelt een zodanig significante rol heeft gehad en zodanig nauw en bewust met [medeverdachte] heeft samengewerkt, dat hij als medepleger moet worden beschouwd. Dit betekent dat de verdachte van het hem onder 1 primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Doordat de verdachte in de wetenschap van de aanwezigheid van de kwekerij zijn stiefzoon in de woning heeft laten verblijven en deze heeft laten gebruiken heeft hij [medeverdachte] wel opzettelijk gelegenheid verschaft tot het telen van de hennep. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 subsidiair ten laste is gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57e9ef64324790284919eb75a17ec4e0fa8db4a7410a4278e64dbd063794c1a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57e9ef64324790284919eb75a17ec4e0fa8db4a7410a4278e64dbd063794c1a1, en de alinea staat in dat document op bytes 15338 tot 16177.