Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016

Alinea 22 Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2997.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging. Zij heeft daartoe, aan de hand van een door haar overgelegd en aan het dossier toegevoegd schriftelijk requisitoir het navolgende aangevoerd. In onderhavige zaak is een zogenoemde “ruisstrategie” ingezet. Tijdens een verhoor is aan de verdachte een mededeling gedaan over een fictieve buit. Vervolgens heeft er een OVC plaatsgevonden in o.a. de taxi die de verdachte en de medeverdachte wegbracht. De algemene bevoegdheid van artikel 3 van de Politiewet biedt voor het inzetten van een dergelijke strategie de basis. De zaaksofficier heeft hiertoe machtiging verleend en heeft daarbij de proportionaliteit en subsidiariteit op een juiste wijze afgewogen. Er is geen sprake van schending van de beginselen van behoorlijke procesorde, noch van een vormverzuim, zoals dit door de verdachte subsidiair is aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bc9627974bffbc1dd7022bb144d2f8c8ec29cb08c97826743ed8488955bb5bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bc9627974bffbc1dd7022bb144d2f8c8ec29cb08c97826743ed8488955bb5bc, en de alinea staat in dat document op bytes 8171 tot 9120.