Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016

Alinea 28 Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2997.

Het hof stelt vast dat er in onderhavige verhoorsituatie van de verdachte een enkele mededeling is gedaan aan de verdachte over een fictieve buit. De verdachte heeft op deze mededeling tijdens het verhoor niet inhoudelijk gerespondeerd. Na deze verhoorsituatie zijn aan de verdachten geen verdere vragen gesteld. Op geen enkele wijze is gebleken dat de keuze- en verklaringsvrijheid van de verdachte onder druk is komen te staan. Het is de verdachte die er uiteindelijk voor kiest om de fictieve buit - nadat het verhoor was beëindigd - ter sprake te brengen. Van een vormverzuim c.q. strijd met artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bc9627974bffbc1dd7022bb144d2f8c8ec29cb08c97826743ed8488955bb5bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bc9627974bffbc1dd7022bb144d2f8c8ec29cb08c97826743ed8488955bb5bc, en de alinea staat in dat document op bytes 11784 tot 12469.