Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016

Onder 3.6.3 Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3088.

Het hof stelt verder vast dat uit de hiervoor onder rov. 2 aangehaalde feiten in voldoende mate valt af te leiden dat in het kader van het re-integratieproces tussen [geïntimeerde] en Q-Park geleidelijk een wat moeizame relatie is ontstaan. [geïntimeerde] was niet alleen vanaf het begin van zijn arbeidsongeschiktheid telefonisch met enige regelmaat niet bereikbaar – zoals ook valt af te leiden uit de e-mails uit september 2014 en de brieven van 19 februari 2015 en 9 maart 2015 - en in weerwil van het daartoe bij Q-Park geldende Reglement Ziekteverzuim, maar bovendien is hij een aantal keren niet op de afspraak bij de Arboarts verschenen. In deze al wat moeizame relatie heeft zich het incident rondom de reis naar New York voorgedaan zoals hiervoor onder rov. 3.4.2 besproken. [geïntimeerde] heeft daarbij het verbod om vakantie te nemen van de zijde van Q-Park naast zich neergelegd, maar bovendien heeft hij daarbij het dringende advies van de Arboarts eenvoudigweg genegeerd. Enige rechtvaardiging voor dat handelen, anders dan dat hij met zijn gezin op vakantie wilde, ontbreekt. Daar komt nog het volgende bij. [geïntimeerde] was ervan op de hoogte dat Q-Park zich verzette tegen een vakantie, zoals blijkt uit de brief van 6 juli 2015 van Q-Park, waarin verslag was gedaan van een gesprek op 24 juni 2015. Ondanks deze situatie heeft [geïntimeerde] met de vervanger van zijn leidinggevende [A] ( [B] ) overleg gehad over het verschuiven van de geplande werkuren op 8 en 15 juli 2015 met de kennelijke bedoeling aldus in staat te zijn de desbetreffende reis te maken. Daarbij heeft [geïntimeerde] [B] in het geheel niet ingelicht over de achtergronden van zijn verzoek en evenmin onder de aandacht van [B] gebracht dat Q-Park eerder kenbaar had gemaakt zich mede op advies van de Arboarts tegen de reis te verzetten. Al deze omstandigheden tezamen maken naar het oordeel van het hof dat zich de situatie voordoet als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW, te weten een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31fca192fd7300294f8d8056307143c4261f9dfa20d5b7a890c54af81594302e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31fca192fd7300294f8d8056307143c4261f9dfa20d5b7a890c54af81594302e, en de alinea staat in dat document op bytes 33886 tot 36035.