Citaat | Gerechtshof Amsterdam 30 juni 2016
Onder 2.3. Gerechtshof Amsterdam 30 juni 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 30 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3105.
Alleen de pinbetalingen zijn aangegeven als omzet. In de juweliersbranche is het gebruikelijk dat er contante verkopen plaatsvinden. Belastingplichtige heeft bovendien aangegeven dat er contante verkopen hebben plaatsgevonden. Belastingplichtige kon echter niet aangeven hoeveel aan contante verkopen er hebben plaatsgevonden. Volgens de bankgegevens zijn er contante stortingen geweest. Inkopen gebeuren ook met contant geld. Echter wordt er niet bijgehouden hoeveel er contant wordt betaald aan de leverancier. Het is ook niet bekend hoeveel er nog betaald dient te worden. Uit de bankgegevens van 2006 blijkt dat er in de maanden januari t/m mei € 9.700 aan contant geld gestort is. Verder vinden er contante betalingen aan leveranciers plaats en zijn er contante inkopen (oud goud) van particulieren. Ik heb echter geen inzage gekregen in het politieregister om te kunnen bepalen hoeveel er per maand wordt ingekocht. Gezien bovenstaande stel ik de contante ontvangsten voor de jaren 2006 t/m 2009 op € 2.000 exclusief b.t.w. per maand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de5ebe129305f00db0a0ebac4b30b9746845ed30c5bccfdc61ea150fdd427a81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de5ebe129305f00db0a0ebac4b30b9746845ed30c5bccfdc61ea150fdd427a81, en de alinea staat in dat document op bytes 13173 tot 14230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de5ebe129305f00db0a0ebac4b30b9746845ed30c5bccfdc61ea150fdd427a81 | shasum -a 256