Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2016

Onder 6.1. Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3122.

Artikel 11 Gdw bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder te allen tijde verplicht is in het gehele arrondissement waarin zijn plaats van vestiging is gelegen de ambtshandelingen waartoe hij bevoegd is, te verrichten wanneer hierom wordt verzocht, de zogenaamde ‘ministerieplicht’. Daar staat tegenover dat een gerechtsdeurwaarder als zelfstandig openbaar ambtenaar bij de uitvoering van zijn opdrachten een eigen verantwoordelijkheid heeft, waarbij hij zowel met de belangen van zijn opdrachtgever als met die van de wederpartij rekening dient te houden. Indien de opdracht, zoals in dit geval, het leggen van derdenbeslag betreft, bestaat die eigen verantwoordelijkheid erin dat marginaal dient te worden getoetst of de hem voor de beslaglegging verstrekte titel voldoende grond biedt voor het te leggen beslag. Een diepgravend onderzoek wordt van de gerechtsdeurwaarder niet verlangd, maar het standpunt van de gerechtsdeurwaarders dat zij in het geheel geen zelfstandige bevoegdheid hebben om een opdracht te weigeren wordt verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4646f656fdfee9785fc24fc47f7d4f37129971d160222f5416ff82de32398c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4646f656fdfee9785fc24fc47f7d4f37129971d160222f5416ff82de32398c12, en de alinea staat in dat document op bytes 17440 tot 18487.