Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2016

Onder 6.2. Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3122.

De vraag is of er in dit geval voor de gerechtsdeurwaarders reden was om hun ministerie te weigeren. De opdrachtgever was in het bezit van een voor grosse afgegeven proces-verbaal van minnelijke schikking (de “vaststellingsovereenkomst”, hiervoor omschreven onder 3.2.2.). Evenals een rechterlijk vonnis heeft een dergelijke grosse executoriale kracht en deze kan daarom in beginsel worden tenuitvoergelegd (artikel 430 Rv). Dit betekent dat de schuldeiser de bevoegdheid heeft om zonder voorafgaande rechterlijke tussenkomst de in die vaststellingsovereenkomst vermelde aanspraken geldend te maken door middel van beslag op het vermogen van zijn schuldenaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4646f656fdfee9785fc24fc47f7d4f37129971d160222f5416ff82de32398c12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4646f656fdfee9785fc24fc47f7d4f37129971d160222f5416ff82de32398c12, en de alinea staat in dat document op bytes 18567 tot 19244.