Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016

Alinea 120 Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3143.

Door te handelen als [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben gedaan hebben zij zich niet gedragen als een behoorlijk werkgever behoort te doen en [slachtoffer] uiteindelijk – maar eerst pas na diens vertrek – van zijn salaris bestolen. Dit is echter – ook als gekeken wordt naar de duur van de tewerkstelling en het voordeel dat [verdachte] en [medeverdachte 2], die ten tijde van de tewerkstelling van [slachtoffer] in [restaurant 2] zijn salaris wel aan [bedrijfsnaam 2] hebben betaald, hebben gehad – onvoldoende om te kunnen spreken van een dermate ernstige aantasting van de lichamelijke en geestelijke integriteit of de persoonlijke vrijheid dat (het oogmerk van) uitbuiting van [slachtoffer] bewezen kan worden geacht. Het hof heeft daarbij acht geslagen op het feit dat [slachtoffer] legaal in Nederland was, naar behoren was gehuisvest en niet werd belemmerd in zijn bewegingsvrijheid of anderszins onheus werd bejegend (zoals bijvoorbeeld ook blijkt uit de verklaring van zijn collega [naam 1], afgelegd bij de raadsheer-commissaris op 4 november 2014).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d, en de alinea staat in dat document op bytes 43667 tot 44753.