Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016
Alinea 156 Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3143.
De raadsman heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard, primair nu de verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en subsidiair de hoogte van de daadwerkelijk geleden materiële schade wordt betwist. De verdachte stelt dat [slachtoffer] schulden bij haar had. Over het bestaan van deze schulden en de onderlinge afspraken die zijn gemaakt over de terugbetaling daarvan tussen de verdachte en [slachtoffer], moet derhalve nader onderzoek worden gedaan, aangezien deze schulden mede de hoogte van de materiële schade bepalen. Volgens de verdachte is het enige waarover [slachtoffer] en zij nog van mening verschillen, een netto bedrag van circa
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d, en de alinea staat in dat document op bytes 55313 tot 56052.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d | shasum -a 256