Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016

Alinea 81 Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3143.

Het in art. 273f, eerste lid, (oud) Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de (niet limitatieve) opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. Deze bepaling doelt op een verscheidenheid aan moderne vormen van slavernij. De vraag of — en zo ja, wanneer — sprake is van 'uitbuiting' in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt in een geval als het onderhavige onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a060f612a18d112da9cfbc0c0887bc4deb291cbc6c42f13e82804ca382851d, en de alinea staat in dat document op bytes 23857 tot 24857.