Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 augustus 2016

Alinea 49 Gerechtshof Amsterdam 3 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3221.

Daarnaast heeft de aangeefster verklaard dat de verdachte ten behoeve van de prostitutie samenwerkte met ene ‘ [naam 1] ’ en dat deze ook in de woning van [getuige] kwam, terwijl de verdachte en [getuige] geen ‘ [naam 1] ’ zeggen te kennen en bij onderzoek aan de hand van de door de aangeefster over ‘ [naam 1] ’ gegeven informatie in de politie ter beschikking staande systemen geen persoon met die naam naar voren is gekomen. Tot slot heeft de aangeefster verklaard dat zij [getuige] en [naam 2] , de moeder van de verdachte (hierna: [naam 2] ), vergoedingen betaalde aan ‘huur’ in de periodes dat zij in de woningen van [getuige] respectievelijk [naam 2] verbleef. [getuige] , die spreekt van een vriendendienst die zij de aangeefster verleende vanwege de gewelddadige situatie waaruit laatstgenoemde kwam, en [naam 2] ontkennen dit met klem. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof voor wat betreft de beweerdelijke uitbuiting zoals opgenomen in de aangifte geen bevestiging in de recensies van de klanten van de aangeefster op internet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c839708b3210dffc7bc9906b7f64a2332a5c37ac377e8dd5327e35792bd80757. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c839708b3210dffc7bc9906b7f64a2332a5c37ac377e8dd5327e35792bd80757, en de alinea staat in dat document op bytes 15713 tot 16789.