Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 augustus 2016

Onder 2.3 Gerechtshof Amsterdam 9 augustus 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3242.

In zijn tussenarrest van 15 december 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:5241) heeft het hof overwogen dat uit de rechtspraak blijkt, dat er de nodige twijfels zijn gerezen over de (on)eerlijkheid van de bedingen als dat waarop Dexia haar vordering heeft gebaseerd en dat het hof, gezien de gerezen twijfels over de (on)eerlijkheid van dergelijke bedingen en het feit dat deze kwestie niet alleen in de onderhavige zaak maar ook in een groot aantal andere aan het hof (en ook aan andere gerechten, zo is het hof uit eigen wetenschap bekend) ter beoordeling voorgelegde zaken onderwerp van geschil is, voornemens prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Deze vragen zijn bedoeld om het hof in staat te stellen om, met behulp van de daarop te geven antwoorden, in deze en andere concrete zaken te beslissen of art. 6 Bijzondere voorwaarden een beding is dat uit het oogpunt van de in de Richtlijn 93/13 gegeven criteria oneerlijk is en dus buiten toepassing dient te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a40b4dea8ca264047696b04cc9cb4227fc3a7baf9686ae262a19c89339ab39a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a40b4dea8ca264047696b04cc9cb4227fc3a7baf9686ae262a19c89339ab39a9, en de alinea staat in dat document op bytes 9044 tot 10029.