Citaat | Gerechtshof Amsterdam 9 augustus 2016
Onder 2.22 Gerechtshof Amsterdam 9 augustus 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 9 augustus 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3242.
[appellant] wijst op de aard van de goederen: aandelen. Doordat de afnemer bij tussentijdse beëindiging de resterende termijnen verschuldigd wordt, heeft hij geen reële mogelijkheid om bij dalende koersen het beleggingsverlies te beperken. Bij tussentijdse beëindiging wordt het verlies juist groter als gevolg van de in rekening gebrachte resterende termijnen. De restschuld bij de Overeenkomsten Profit Effect in onderhavige zaak bestaat voor het grootste gedeelte uit resterende termijnen. Bij zelfstandig beleggen via een effectenkrediet kan de belegger te allen tijde de beleggingen (gedeeltelijk) verkopen en het effectenkrediet aflossen zonder boete te behoeven betalen. [appellant] meent dat dit aspect een belangrijk handvat kan zijn bij de boordeling of sprake is van een oneerlijk beding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a40b4dea8ca264047696b04cc9cb4227fc3a7baf9686ae262a19c89339ab39a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a40b4dea8ca264047696b04cc9cb4227fc3a7baf9686ae262a19c89339ab39a9, en de alinea staat in dat document op bytes 30821 tot 31647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a40b4dea8ca264047696b04cc9cb4227fc3a7baf9686ae262a19c89339ab39a9 | shasum -a 256