Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Onder 4.1. Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3335.
“1. Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan de inspecteur de te weinig geheven belasting dan wel de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende heffingskorting navorderen. Een feit, dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73acf569f833365007a7d8653e4dc103ba2bc3b2ade274ff2e667bb0799596fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73acf569f833365007a7d8653e4dc103ba2bc3b2ade274ff2e667bb0799596fa, en de alinea staat in dat document op bytes 13816 tot 14489.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73acf569f833365007a7d8653e4dc103ba2bc3b2ade274ff2e667bb0799596fa | shasum -a 256