Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Onder 4.3.5. Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3335.
In het onderhavige geval doet zich naar ’s Hofs oordeel niet een dergelijke uitzonderingssituatie voor, nu belanghebbende noch de gemachtigde bij het doen van de aangifte de (bewuste) bedoeling heeft gehad de iack te claimen en geen feiten zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat bij belanghebbende of de gemachtigde redelijkerwijs de indruk is kunnen ontstaan dat het toekennen van de iack berustte op een bewuste standpuntbepaling van de inspecteur. De ruime lezing die belanghebbende van de in HR, BNB 2014/203 geformuleerde uitzondering geeft, namelijk dat deze reeds aan de orde is indien niet in één oogopslag kan worden vastgesteld dat de aanslag onjuist is, kan ook hierom niet worden aanvaard omdat daarmee iedere zin aan de in artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de AWR opgenomen 30%-regel zou worden ontnomen. Alsdan zou voor een succesvol beroep op die uitzondering immers volstaan dat de belastingplichtige aannemelijk maakt dat hij er bij gebreke van iedere aanwijzing van het tegendeel van mocht uitgaan dat de door hem ontvangen aanslag correct, en daarmee ‘op goede gronden’, was opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73acf569f833365007a7d8653e4dc103ba2bc3b2ade274ff2e667bb0799596fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73acf569f833365007a7d8653e4dc103ba2bc3b2ade274ff2e667bb0799596fa, en de alinea staat in dat document op bytes 31983 tot 33118.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73acf569f833365007a7d8653e4dc103ba2bc3b2ade274ff2e667bb0799596fa | shasum -a 256