Citaat | Gerechtshof Amsterdam 2 februari 2016
Onder 2.5 Gerechtshof Amsterdam 2 februari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 2 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:358.
Ingevolge het bepaalde in artikel 46 lid 2 Wbp moet een verzoek aan de rechtbank de verantwoordelijke te bevelen tot afschrift van en/of inzage in de gevraagde bescheiden (als bedoeld in artikel 35 Wbp) te worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verantwoordelijke, waaruit volgt dat de gevraagde gegevens niet worden verstrekt. Anders dan de rechtbank heeft beslist, is het hof van oordeel dat de brief van de raadsman van [X] aan Centramed van 21 oktober 2013 (hiervoor geciteerd onder 2.1.2) als een verzoek als bedoeld in artikel 35 Wbp is aan te merken. Niet alleen verwijst de raadsman in de brief van 21 oktober 2013 ter onderbouwing van zijn verzoek naar de in zijn eerdere brief van 31 juli 2013 genoemde toepasselijke jurisprudentie, maar bovendien heeft hij in de brief van 31 juli 2013 uitdrukkelijk gerefereerd aan die wet ( “ Overigens is het u bekend dat cliënt vervolgens recht heeft, in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens, op een kopie van het schriftelijk advies van uw medisch adviseur. ”) en geeft hij Centramed in die brief te kennen haar in rechte te zullen betrekken indien zij het gevraagde advies niet verstrekt. Hieruit volgt dat het verzoek van 31 juli 2013 reeds is gedaan met het oog op de in de Wbp gegeven mogelijkheid afgifte van/inzage in bescheiden te vragen, hetgeen de raadsman van [X] ter zitting in hoger beroep ook heeft erkend. Dit betekent dat als ‘antwoord van de verantwoordelijke’ aangemerkt moet worden de brief van Centramed van 12 november 2013, zodat de termijn van artikel 46 lid 2 Wbp een aanvang heeft genomen op 13 november 2013 en eindigde op 30 december 2013. Dat de raadsman van [X] bij brief van 3 februari 2014 nogmaals om verstrekking van het advies heeft gevraagd, ditmaal met een nadrukkelijk beroep op artikel 35 Wbp, maakt het voorgaande niet anders. Nu [X] het onderhavige verzoek eerst op 24 maart 2014 bij de rechtbank heeft ingediend, is dit ingediend nadat de termijn daarvoor was verstreken. De rechtbank had [X] dan ook in zijn verzoek niet ontvankelijk dienen te verklaren. Het hof zal thans beslissen zoals de rechtbank had moeten doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a037fe9e01eb736bac05d0b6c7c5441054198f2258b8b20a9d27f77e1e8fc97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a037fe9e01eb736bac05d0b6c7c5441054198f2258b8b20a9d27f77e1e8fc97, en de alinea staat in dat document op bytes 12495 tot 14718.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a037fe9e01eb736bac05d0b6c7c5441054198f2258b8b20a9d27f77e1e8fc97 | shasum -a 256