Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016
Onder 3.3. Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3715.
Artikel 3:170 BW behelst als hoofdregel dat het beheer van een gemeenschap, waaronder het instellen van rechtsvorderingen, door de deelgenoten tezamen geschiedt. Artikel 3:171 BW biedt de mogelijkheid dat een deelgenoot op eigen naam een rechtsvordering instelt ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Deze bepaling ziet echter enkel op vorderingen tegen derden, niet op rechtsvorderingen tegen een andere deelgenoot. Dergelijke vorderingen kunnen op de voet van 3:184 en 185 BW bij de verdeling van de gemeenschap aan de orde komen. Dat betekent dat voor zover [Y] ten behoeve van de gemeenschap vorderingen instelt tegen [X] , zij in die vorderingen niet-ontvankelijk zal worden verklaard. In dat geval wordt ingevolge het bepaalde in artikel 3:170 BW van haar vereist dat zij optreedt voor de gezamenlijke erfgenamen, doch dat heeft zij in dit hoger beroep niet gesteld, noch is het hof daarvan gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/947ea77ffaf2813733b2ea5f1640b8876b867d9a7d12d1077b7c56fa05f56b0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 947ea77ffaf2813733b2ea5f1640b8876b867d9a7d12d1077b7c56fa05f56b0e, en de alinea staat in dat document op bytes 18102 tot 19062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/947ea77ffaf2813733b2ea5f1640b8876b867d9a7d12d1077b7c56fa05f56b0e | shasum -a 256