Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016
Onder 3.5. Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3715.
Nu niet is gebleken van een tijdige stuitingshandeling jegens de dochters van [X] binnen de geldende termijn – de gestelde vertegenwoordiging door [X] van zijn dochter is geenszins onderbouwd en de eerste stuitingshandeling die de dochters kan hebben bereikt zou een aangetekende brief van 7 september 2013 kunnen zijn geweest – dient de slotsom te zijn dat de vordering van [Y] jegens de dochters van [X] , voor zover gebaseerd op vernietiging op grond van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden, niet voor toewijzing in aanmerking komt. De vordering die [Y] op deze gronden heeft ingesteld tegen de dochters van [X] , en de daarop voortbouwende vorderingen van [Y] , opgenomen in haar petitum onder II, III, V, VI, VII, VIII, IX, XII en XIII dienen alle te worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/947ea77ffaf2813733b2ea5f1640b8876b867d9a7d12d1077b7c56fa05f56b0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 947ea77ffaf2813733b2ea5f1640b8876b867d9a7d12d1077b7c56fa05f56b0e, en de alinea staat in dat document op bytes 22012 tot 22816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/947ea77ffaf2813733b2ea5f1640b8876b867d9a7d12d1077b7c56fa05f56b0e | shasum -a 256