Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016

Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3739.

Normaliter is het hoofd goed ingedaald en kan door voorzichtig met de hand in de baarmoeder te gaan, het kind door de incisie gehaald worden. Ongeveer één op de tien keer bevindt het hoofdje zich boven de incisie. Dit komt vaak voor indien er eerdere keizersneden hebben plaatsgevonden, hetgeen nu ook het geval was. Een hoofdje is nat en glibberig waardoor het vaak lastig is om een (hoogliggend) hoofdje met de handen uit de buik te krijgen. Daarom wordt altijd eerst getracht om met de hand op de buik ter hoogte van de bovenkant van de baarmoeder te duwen. Lukt dat niet, dan zijn er twee mogelijkheden; ofwel (zeer) fors op de buik blijven doorduwen, of een kunstverlossing toepassen. Dit laatste houdt in dat gebruik wordt gemaakt van een tang of een vacuümpomp. Ik kies meestal de tang. Dat zijn twee lepels die zich sluiten om het hoofdje. De tang hoeft dan alleen, zonder kracht te gebruiken naar de incisie [te] worden geleid. Het is slechts een hele lichte tractie, waarbij niet gedraaid hoeft te worden. Roteren is nooit aan de orde bij een (keizersnede) tangverlossing. Dat is namelijk absoluut niet nodig. Na de geboorte worden de lepels weer verwijderd. (…). Ik weet zeker dat ik slechts één enkele geringe tractie heb toegepast. (…) Dit was op zichzelf, dus afgezien van de afloop, een hele normale bevalling. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906, en de alinea staat in dat document op bytes 14783 tot 16196.