Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016

Onder 3.11 Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3739.

Bij het bestreden eindvonnis van 24 december 2014 (hierna: eindvonnis) heeft de rechtbank op grond van het deskundigenrapport van Lotgering geconcludeerd dat de keuze van [appellant] voor de forceps niet in strijd is met hetgeen van een redelijk handelend redelijk bekwaam vakgenoot verwacht mocht worden. De rechtbank volgt de deskundige Lotgering echter niet in zijn oordeel met betrekking tot de wijze waarop de kunstverlossing is uitgevoerd. Zij oordeelt dat het operatieverslag te summier is ten aanzien van de daadwerkelijke verlossing. Daarmee hebben [appellanten] - aldus de rechtbank - niet aan hun verzwaarde stelplicht voldaan. De rechtbank houdt op deze grond de stelling van [geïntimeerde] voor waar dat de keizersnedeverlossing niet met de vereiste zorgvuldigheid is uitgevoerd en concludeert tot een toerekenbare tekortkoming van [appellant] . Nu niet met zekerheid is vast te stellen of deze tekortkoming heeft geleid tot de geconstateerde dwarslaesie, of dat daar een andere oorzaak aan ten grondslag ligt, stelt de rechtbank de (proportionele) aansprakelijkheid vast op 50%.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906, en de alinea staat in dat document op bytes 22700 tot 23806.