Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016
Onder 3.21 Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3739.
Dit alles ontslaat [appellanten] natuurlijk niet van de verplichting om, ingeval zij worden aangesproken wegens een (gestelde) beroepsfout, inzicht te geven in de aan- of afwezigheid van mogelijk relevante feiten en omstandigheden voor zover die niet uit de medische verslaglegging blijken. Als gezegd heeft [appellant] zulks gedaan ter comparitie in eerste aanleg. Uit zijn verklaring volgt dat sprake was van een verdenking van foetale nood bij een (derde) keizersnede en dat het kind werd aangetroffen met een hoog liggend hoofd. [appellant] heeft voorts de opties genoemd die hem ten dienste stonden en zijn keuze voor de tangverlossing toegelicht. Hij heeft over de uitvoering van de ingreep meegedeeld dat roteren nooit aan de orde is bij een keizersnede-tangverlossing omdat dit absoluut niet nodig is, dat hij zeker weet slechts één enkele geringe tractie te hebben toegepast en dat het op zichzelf bezien (afgezien van de afloop) een hele normale bevalling was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906, en de alinea staat in dat document op bytes 31054 tot 32040.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83ef09641ba0bddb2ebc95276c7a583d00f319020139d5c721845863d9747906 | shasum -a 256