Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 september 2016

Onder 2.5. Gerechtshof Amsterdam 20 september 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 september 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:3840.

De grief slaagt in zoverre dat op grond van het antwoord op de derde prejudiciële vraag voor de toepassing van art. 28 lid 1 Wet Bopz als feitelijk vermoeden tot uitgangspunt wordt genomen dat het onderzoek tijdig – dat wil zeggen: ‘immediately after the arrest’ – heeft plaatsgevonden, indien het binnen 24 uur na de feitelijke aanvang van de vrijheidsontneming is verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc73580251ac065d3cd55f8f3ee137c99c7ab9e3c0e0ff71664bea0857c486b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc73580251ac065d3cd55f8f3ee137c99c7ab9e3c0e0ff71664bea0857c486b, en de alinea staat in dat document op bytes 16417 tot 16816.