Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 oktober 2016

Onder 3.3. Gerechtshof Amsterdam 4 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4022.

De rechtbank heeft in het bestreden tussenvonnis - samengevat - overwogen dat in beginsel ervan dient te worden uitgegaan dat ABN Amro Edrie met de door haar verstrekte informatie voldoende en juist heeft geïnformeerd over de werking van de renteswap en de daaraan verbonden risico’s zodat, indien daaromtrent bij Edrie desalniettemin een onjuiste voorstelling van zaken heeft bestaan, deze voor haar rekening moet blijven. Zowel het beroep op dwaling als het beroep op een tekortkoming in de nakoming en onrechtmatige daad stuiten daarop volgens de rechtbank in beginsel af. Wel is Edrie bij het tussenvonnis toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling van ABN Amro dat Edrie de ABD en de brochure OTC-Derivatentransacties voor of op de datum van ondertekening van de kredietovereenkomst (19 juni 2007) heeft ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17ebe4c111a58264cc7799bef753dca756b5c2e60b1e754618051ad5322fa9d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17ebe4c111a58264cc7799bef753dca756b5c2e60b1e754618051ad5322fa9d1, en de alinea staat in dat document op bytes 24660 tot 25540.