Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 oktober 2016

Onder 2.4 Gerechtshof Amsterdam 11 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4121.

Het hof neemt bij de beoordeling van de incidentele vordering tot tussenkomst op de voet van artikel 217 Rv tot uitgangspunt, kort gezegd, dat een partij kan vorderen in een aanhangig geding te mogen tussenkomen, indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel in te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel haar positie anderszins kan worden benadeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/adb74773bc36a23f3cdce3063852048b3e778fd6e04efac1a38abc264f89ab12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt adb74773bc36a23f3cdce3063852048b3e778fd6e04efac1a38abc264f89ab12, en de alinea staat in dat document op bytes 12826 tot 13550.