Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Onder 3.6.6 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4267.

Lecc heeft, mede gelet op de betwisting door de eigenaren, onvoldoende toegelicht waarom de redelijkheid en billijkheid in dit geval tot aanvulling van de overeenkomsten moeten leiden in die zin dat de eigenaren dienen mee te betalen voor de aanleg van nieuwe voorzieningen op het bungalowpark. Dat dit nodig is vanwege de economische rentabiliteit is in dit verband onvoldoende, te meer daar de noodzaak van de aanleg van dergelijke voorzieningen onvoldoende is onderbouwd. Met betrekking tot het wifi-netwerk geldt daarbij nog dat onvoldoende is toegelicht dat en op welke wijze de eigenaren daar gebruik van (kunnen) maken. Hetzelfde geldt ten aanzien van de gestelde ongerechtvaardigde verrijking. Ook op dat punt is onvoldoende toegelicht op welke onderdelen en in welke mate de eigenaren ten koste van Lecc zijn of worden verrijkt door de aanleg/het aanbrengen van nieuwe voorzieningen en geldt overigens dat, zoals hiervoor overwogen, de vorderingen niet zijn toegespitst op de aanvulling van het kettingbeding. Aanknopingspunten die het hof in staat stellen om “in goede justitie” een bijdrage aan de eigenaren op te leggen ontbreken. Voor zover het gaat om eigenaren in wier overeenkomst een voorziening is getroffen om de parkbijdrage te verhogen indien de werkelijke kosten structureel hoger blijken te zijn dan de in rekening gebrachte vergoeding, geldt dat - onverminderd de bevoegdheid van Lecc om van die contractuele mogelijkheid op zichzelf gebruik te maken - ook hier, in het licht van de gevorderde verklaring voor recht, onvoldoende is onderbouwd om welke kosten het gaat en in het verlengde daarvan welke (verhoogde) bijdrage het hof “in goede justitie” ten aanzien van deze eigenaren zou kunnen bepalen. De overzichten die als producties 5 en 7 bij memorie van grieven zijn overgelegd, noch de door Lecc in het geding gebrachte facturen gelden als een dergelijke onderbouwing. Wat betreft de onder 3.5.2 reeds besproken passage: “De eventueel vanwege de overheid op te leggen belastingen en dergelijke - welke niet per eigenaar afzonderlijk worden opgelegd - worden per wooneenheid omgeslagen in verhouding tot het aantal aanwezige bungalows” geldt ook in dit verband dat onvoldoende is toegelicht dat de woorden “en dergelijke” op kosten duiden die niet vanwege de overheid worden opgelegd en geïnd. Met inachtneming van hetgeen hierboven in 3.6.3 is gezegd kan dit niet worden aangenomen. Grief 1 in principaal appel en het hier besproken onderdeel van grief 3 in principaal appel falen dus. De vordering A subsidiair van Lecc wordt in zoverre afgewezen. Grief 3 (uitmondend in vordering d.) in incidenteel appel slaagt voor zover het gaat om de vervanging van voorzieningen. De beslissing van de rechtbank dat de kosten daarvan niet onder de parkbijdrage vallen houdt geen stand. De grief faalt voor zover het gaat om het aanbrengen van nieuwe voorzieningen. In zoverre heeft de vordering onder d. geen succes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df4e3e100b532dd71007bc517ac4b4afac7741da1016e99cb42a2a7494d9e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df4e3e100b532dd71007bc517ac4b4afac7741da1016e99cb42a2a7494d9e7, en de alinea staat in dat document op bytes 55822 tot 58822.