Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Onder 3.13.1 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4267.

De grief slaagt. Vast staat dat op de eigenaren de verplichting rust Lecc tijdig schriftelijk van een voorgenomen overdracht op de hoogte te stellen om zich bij de overdracht te kunnen laten vertegenwoordigen teneinde het ten behoeve van haar te maken kettingbeding aan te nemen. Het hof is van oordeel dat Lecc een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de vaststelling van een concrete termijn voor het doen van de schriftelijke mededeling van een overdracht, reeds omdat inmiddels is gebleken dat (een of twee van de) eigenaren hetzij als koper hetzij als verkoper hebben meegewerkt aan leveringsakten waarin is opgenomen dat het kettingbeding is vervallen, waarmee de ketting definitief is verbroken. In de door de eigenaren als productie 5 en 6 bij de memorie van antwoord/grieven gevoegde leveringsakten wordt daartoe verwezen naar de hiervoor besproken volmacht van De Horn BV uit 2010. Ten onrechte, zoals volgt uit hetgeen daarover in rechtsoverweging 3.3.6 is overwogen. Hierop stuit ook af het verweer van de eigenaren dat de belangen van Lecc voldoende worden gewaarborgd door het kettingbeding en dat het de taak van de notaris is om erop toe te zien dat het kettingbeding in een leveringsakte wordt opgenomen. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat uit de aard van het kettingbeding en de redelijkheid en de billijkheid voortvloeit dat het beding tussen enerzijds Lecc en anderzijds de eigenaren wordt aangevuld in die zin dat nader wordt omschreven wat een tijdige melding in de onderlinge verhoudingen tussen partijen inhoudt, te weten een termijn van tenminste twee weken voorafgaand aan de voorgenomen overdracht door de desbetreffende eigenaar. Het verweer van de eigenaren dat Lecc de termijn oneigenlijk zal gebruiken door met kopers in onderhandeling te treden over de hoogte van de parkbijdrage, kan, wat daar verder ook van zij, niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat de verplichting tot tijdige melding van een overdracht op grond van het kettingbeding reeds op de eigenaren rust en het kettingbeding slechts wordt aangevuld door een concrete redelijke termijn te bepalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df4e3e100b532dd71007bc517ac4b4afac7741da1016e99cb42a2a7494d9e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df4e3e100b532dd71007bc517ac4b4afac7741da1016e99cb42a2a7494d9e7, en de alinea staat in dat document op bytes 82215 tot 84354.