Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Onder 2.2 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4279.

Bij inleidend verzoekschrift ingekomen bij de rechtbank op 24 april 2015 heeft Bencis de rechtbank verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Aan haar verzoek heeft Bencis ten grondslag gelegd dat zij concrete aanwijzingen heeft dat [X] de bankgaranties niet rechtsgeldig heeft getrokken. Volgens Bencis was op het moment van het inroepen van de garanties en de datum van ontvangst van deze bedragen het [X] al duidelijk dat zij geen “actual loss”, voorwaarde voor het trekken van garantie I, zou lijden, omdat het Teesside-project zou worden voortgezet. Voorts blijkt, aldus Bencis, uit de tussen [X] , de banken en de curatoren gesloten Partial Release Letter [Y] Foundations (hierna: de PRL) van 4 mei 2012 en een tussen [X] en de curatoren gesloten Sale and Purchase Agreement (hierna: SPA), eveneens gedateerd 4 mei 2012, dat sprake was van onderlinge afstemming tussen genoemde partijen met als doel om [X] , (de boedel van) [Y] groep en de banken onrechtmatig te bevoordelen ten koste van Bencis. Bencis wenst in dit kader drie getuigen te laten horen die volgens haar kunnen verklaren over de volgende feiten:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc899d7138ea45a7232e8c018a2c73652e9ff5384f6f69cde86027936d8c9524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc899d7138ea45a7232e8c018a2c73652e9ff5384f6f69cde86027936d8c9524, en de alinea staat in dat document op bytes 11496 tot 12638.