Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016
Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4282.
In de toelichting op grief 1 stelt [appellant] verder dat hij niet had kunnen weten of aanvoelen dat mevrouw [X] . het ‘affectieve contact’ achteraf als vervelend zou ervaren. Zoals het hof hiervoor al overwoog had [appellant] zich hoe dan ook van de hem verweten gedraging behoren te onthouden. Of mevrouw [X] . het contact als ‘prettig’ heeft ervaren is dus irrelevant. Gelet op zijn hoedanigheid van therapeut, en dan nog wel de voormalige behandelend therapeut van mevrouw [X] ., had hij zich bewust moeten zijn van haar mogelijke kwetsbaarheid, zeker nu zij op zijn verwijzing onder behandeling was van een andere therapeut. Terecht hechtte de kantonrechter in dit verband dan ook betekenis aan het feit dat [appellant] in het inleidend verzoekschrift stelde dat hij er zich rekenschap van had gegeven dat er sprake kón zijn van een ongelijke machtsverhouding, dat hij met zijn inschatting dat zeven maanden na afloop van de therapie een gelijkwaardige verhouding mogelijk was en dat hij met zijn toenaderingspoging het risico heeft genomen dat dit niet goed voor mevrouw [X] . zou uitpakken de belangen van zijn (ex)-cliënte ondergeschikt heeft gemaakt aan persoonlijke gevoelens en verlangens die hij op dat moment voor haar voelde opkomen. De grieven 1 en 2 falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8734878faf39fa58fc309bae7c75b1617cab89b9a424720995a22ea06bc59c02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8734878faf39fa58fc309bae7c75b1617cab89b9a424720995a22ea06bc59c02, en de alinea staat in dat document op bytes 16794 tot 18089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8734878faf39fa58fc309bae7c75b1617cab89b9a424720995a22ea06bc59c02 | shasum -a 256