Citaat | Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Onder 3.7 Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4282.

In incidenteel appel klaagt Solutions dat de kantonrechter niet heeft beslist op het door haar gedane verzoek, onder meer strekkende tot ontbinding van de arbeids-overeenkomst . Het verzoek was afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de kantonrechter zou oordelen dat [appellant] geen dringende reden had gegeven die de beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigde. Nu deze voorwaarde niet was vervuld heeft de kantonrechter terecht beslist zoals hij heeft gedaan. In hoger beroep heeft Solutions het hierboven weergegeven verzoek gedaan, dit maal ‘..zulks voor zover op enig moment zou blijken dat tussen partijen nog een arbeidsover-eenkomst bestaat..’. Solutions heeft hieraan primair ten grondslag gelegd verwijtbaar handelen en/of nalaten van [appellant] , zodanig dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:669 lid 3, aanhef en onder e BW), subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in genoemd artikellid onder h en meer subsidiair andere omstandigheden als daar bedoeld onder h.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8734878faf39fa58fc309bae7c75b1617cab89b9a424720995a22ea06bc59c02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8734878faf39fa58fc309bae7c75b1617cab89b9a424720995a22ea06bc59c02, en de alinea staat in dat document op bytes 21857 tot 22954.