Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 november 2016

Onder 2.5 Gerechtshof Amsterdam 1 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4319.

Het hof volgt Verbo niet in dit betoog. Op grond van het bepaalde in artikel 23 Fw verliest de failliet door de faillietverklaring de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen. De artikelen 27 tot en met 32 Fw regelen vervolgens de gevolgen van het faillissement voor ten tijde van de faillietverklaring aanhangige procedures, waarbij het vermogen van de failliet betrokken is, en op grond van artikel 25 lid 1 Fw worden vanaf het moment van faillietverklaring procedures die rechten en verplichtingen van de boedel tot onderwerp hebben door of tegen de curator ingesteld. Op nieuwe (na de faillietverklaring) ingestelde procedures zijn de artikelen 27 e.v. Fw dus niet van toepassing. Degene die na de faillietverklaring door de failliet zelf in een procedure wordt betrokken, heeft anders dan Verbo betoogt, ook geen belang bij analoge toepassing van artikel 27 Fw om te voorkomen dat een eventuele proceskostenveroordeling ten laste van [geïntimeerde] niet op haar kan worden verhaald. Hij kan zich immers op grond van het bepaalde in artikel 25 Fw verzetten tegen het instellen door de failliet zelf van een vordering, die het vermogen van de failliet betreft, in welk geval een niet-ontvankelijk verklaring van de failliet moet volgen. Het hof komt hierop in het hiernavolgende nog terug. De onderhavige procedure heeft, zoals de kantonrechter ook heeft overwogen, pas met de op 29 februari 2016 uitgebrachte dagvaarding een aanvang genomen en was derhalve niet aanhangig ten tijde van de faillietverklaring van [geïntimeerde] op 20 oktober 2015. Dit wordt niet anders nu in de onderhavige procedure vorderingen van [geïntimeerde] aan de orde zijn die ook aan de orde waren in de bodemprocedure die heeft geleid tot genoemde (tussen)beschikking van 12 oktober 2015, hetgeen al blijkt uit het feit dat in die procedure inmiddels verval van instantie is uitgesproken bij de hiervoor in overweging 2.1 onder d genoemde beschikking van 21 maart 2016. Artikel 27 Fw mist in deze procedure toepassing, zoals de kantonrechter ook heeft overwogen. De incidentele verzoeken van Verbo zijn op goede gronden afgewezen. Grief 1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccce331e28ae9810aa098a9ebb2b4ca96bc257b65685c29cbb6e1e6370f8e890. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccce331e28ae9810aa098a9ebb2b4ca96bc257b65685c29cbb6e1e6370f8e890, en de alinea staat in dat document op bytes 19469 tot 21649.