Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 november 2016
Onder 2.6 Gerechtshof Amsterdam 1 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4319.
De kantonrechter heeft vervolgens overwogen dat het antwoord op de vraag of en welke van de ingestelde vorderingen het vermogen van de failliete boedel betreffen in het midden kan blijven nu Verbo geen beroep heeft gedaan op de niet ontvankelijkheid van [geïntimeerde] ten aanzien van (onderdelen van) de vorderingen. Tegen deze overweging richt zich grief 5. Verbo voert aan dat alle vorderingen die een direct financieel belang hebben als ten bate van de boedel moeten worden gerekend en dat het instellen van die vorderingen tot de bevoegdheid van de curator behoort en niet door [geïntimeerde] zelf hadden kunnen worden ingesteld. Verbo stelt dat [geïntimeerde] daarom in ieder geval niet ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering ten aanzien van niet genoten vakantiedagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccce331e28ae9810aa098a9ebb2b4ca96bc257b65685c29cbb6e1e6370f8e890. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccce331e28ae9810aa098a9ebb2b4ca96bc257b65685c29cbb6e1e6370f8e890, en de alinea staat in dat document op bytes 21728 tot 22534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccce331e28ae9810aa098a9ebb2b4ca96bc257b65685c29cbb6e1e6370f8e890 | shasum -a 256