Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Onder 3.12 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632.

Het hof had, in geval een dergelijke grief was geformuleerd, niet zonder meer de overweging van de rechtbank kunnen overnemen. Niet vaststaat echter dat het hof [X] in dat geval tot bewijslevering had toegelaten, zoals [X] betoogt. Immers, [X] heeft niet concreet gemaakt welke feitelijkheden zij had willen bewijzen. De feiten die zij in eerste aanleg aan haar stelling ten grondslag had gelegd, te weten het feit dat [B] niet in dienst was van [X] en bovendien slechts Hoofd Materieel was, zijn als zodanig niet betwist, terwijl [X] evenmin de feiten heeft betwist die de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd (weergegeven onder 5.4 van het bestreden vonnis). Derhalve komt het aan op de conclusie die het hof aan die vaststaande feiten zou hebben verbonden. Echter, zelfs al zou het hof tot de door [X] gewenste conclusie zijn gekomen met betrekking tot de rol van [B] staat daarmee bepaald niet vast, zoals [X] betoogt, dat het hof niet had geconcludeerd tot bewuste roekeloosheid aan de zijde van de vennootschap. [X] heeft dit betoog niet nader toegelicht. Met name heeft zij niet gesteld wat zij daartoe in hoger beroep zou hebben aangevoerd. Dit lag wel op haar weg , temeer nu de verweten gedraging feitelijk vooral een nalaten betreft. Op grond van de door [X] gestelde feiten kan dan ook niet worden geconcludeerd dat deze beroepsfout tot schade heeft geleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 40726 tot 42161.