Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016
Onder 3.13 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632.
De norm voor de beroepsaansprakelijkheid van de advocaat wegens het niet tijdig instellen van een rechtsmiddel is geformuleerd in het Baijings-arrest van 24 oktober 1997 (NJ 1998, 257). Daaruit vloeit voort dat voor het antwoord op de vraag of de fout van de advocaten bij [X] schade heeft veroorzaakt, in beginsel moet worden beoordeeld hoe de Hoge Raad had behoren te beslissen, en in geval van verwijzing, hoe het verwijzingshof had behoren te beslissen, althans moet het toewijsbare bedrag worden geschat aan de hand van goede en kwade kansen die [X] zou hebben gehad in cassatie, en eventueel in de verwijzingsprocedure, als het cassatieberoep tijdig was ingesteld. De advocaten bepleiten dat hier niet de methode van de kansrekening op zijn plaats is, maar dat dit hof daadwerkelijk op de stoel van de Hoge Raad en eventueel het verwijzingshof moet gaan zitten en beoordelen wat die instanties hadden behoren te beslissen. Daarbij is naar hun mening van belang dat de cassatiedagvaarding reeds bekend is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 42433 tot 43456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7 | shasum -a 256