Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Onder 3.17 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632.

De Foekemaprocedure draaide om de vraag of de beperking van de aansprakelijkheid van [X] doorbroken zou moeten worden in verband met bewuste roekeloosheid. Van een dergelijke doorbreking kan pas sprake zijn indien bewezen is dat de schade is ontstaan door eigen handelen of nalaten van [X] , geschied hetzij met het opzet die schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. Ten tijde van het instellen van het cassatieberoep waren de zogenaamde 5 januari-arresten (NJ 2001, 391 en NJ 2001, 392) reeds gewezen. Volgens deze jurisprudentie is van een dergelijke bewuste roekeloosheid sprake als degene die zich aldus gedraagt het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 45985 tot 46937.