Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Onder 3.21 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632.

Het verwijzingshof zou daarbij immers moeten uitgaan van de vaststaande feiten zoals omschreven in het hofarrest. Voorts lag het, ingevolge het Baijings-arrest op de weg van partijen om in de onderhavige procedure aan te voeren welke argumenten zouden zijn aangevoerd in de verwijzingsprocedure ter duiding van die vaststaande feiten. Het is dan ook aan dit hof om op basis van de vaststaande feiten en hetgeen in de onderhavige procedure door partijen is aangevoerd vast te stellen hoe de beoordeling door het verwijzingshof had behoren te luiden. Daartoe overweegt het hof als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 50692 tot 51290.