Citaat | Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016
Onder 3.41 Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632.
In incidenteel appel stellen de verzekeraars met grief 2 aan de orde dat de rechtbank ten onrechte ervan uitgegaan is dat de verzekeraars met de storting van het beperkingsbedrag reeds een uitkering aan [X] hebben gedaan. Als hiervoor overwogen onder ro. 3.31 slaagt die grief. Grief 3 is gericht tegen de overweging van de rechtbank dat het gestorte beperkingsbedrag in mindering strekt op een eventuele vordering van [X] op de advocaten. Hier geldt hetgeen het hof hierover in 3.31 reeds heeft overwogen. In zoverre is juist hetgeen aan grief 3 is ten grondslag gelegd. Niet valt evenwel in te zien welk belang verzekeraars hebben bij beantwoording van de vraag of het beperkingsbedrag al dan niet in mindering strekt op de betalingsverplichting van de advocaten. Dat staat immers los van de vraag of de verzekeraars al dan niet gehouden zijn tot uitkering onder de polis. In zoverre faalt de grief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7, en de alinea staat in dat document op bytes 70619 tot 71534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b99e63c50ab08846af47127d576a12cec0f745446e6a6b105ed2ff7b1f7b5b7 | shasum -a 256